Doorgaan naar content

“Sprookje van 1001 gedachten”

Column: Westkuster Caroline

Er was eens… Caroline Capoen (46) uit Veurne. Al twintig jaar neemt ze de derde graad van het Immaculata in De Panne onder haar vleugels, als zorgcoördinator én leerkracht Nederlands en Engels. Een overdenker, piekeraar – soms zelfs panikeur – maar tegelijk iemand die in haar sprookje leeft. Na de schooluren vind je haar bij haar drie kinderen, op pad met de hond, lopend richting een halve marathon of genietend voor – of zelfs óp – een podium. Klaar om betoverd te worden met haar hersenspinsels?

Elk jaar opnieuw, ergens tussen alle nieuwjaarswensen en goede voornemens door, begin ik te verhuizen. In mijn hoofd, welteverstaan. Ik pak denkbeeldig mijn spullen en laat de realiteit even achter mij. Hét moment om groots te dromen, liefst zo fantastisch en onrealistisch mogelijk. Ik ben ergens halfweg – ja, ik ben van plan om echt oud te worden – en vraag me dan weleens af hoe het zou zijn om mijn leven volledig over een andere boeg te gooien. Om mijn spullen te nemen, de deur achter me dicht te trekken en te verhuizen?

Ik zie een open huisje met verweerde houten ramen, een rieten stoel op het terras en een kleurrijke hangmat in de tuin. Ergens aan de Costa Ricaanse kust, dicht bij het strand, met helderblauw water voor de deur. ’s Morgens ontwaak ik door het gezang van een exotische vogel en zie ik een varaan nonchalant mijn slaapkamer binnenwandelen, op zoek naar wat schaduw. Ik veer uit bed, grijp mijn surfboard en huppel blootvoets naar het strand om een eerste golf mee te pikken. Onderweg pluk ik het zoetste en sappigste fruit rechtstreeks van de bomen. Alleen: ik kan helemaal niet surfen en ben geen fan van reptielen in mijn slaapkamer.

Wat als ik zou emigreren naar New York? Dan woon ik in een open loft met uitzicht op Madison Square. Ik zie het zo voor me: bakstenen muren, stalen balken en een Popart-kunstwerk aan de muur. Carrie Bradshaw-gewijs flaneer ik over Fifth Avenue, op hoge hakken, in een tutu en met een matcha latte in de hand. Onderweg schaf ik me nog snel het nieuwste paar Manolo Blahniks aan en ’s avonds haast ik me via de metro naar de opening van een nieuwe cocktailbar. Alleen: ik kan niet op naaldhakken lopen, haat matcha en durf daar waarschijnlijk niet eens alleen over straat.

Misschien de bergen dan? Vergezichten, sneeuw, een houten chaletje, een haardvuur met een schapenvelletje ervoor en skilatten om naar het werk te gaan. Alleen: ik kan niet skiën en raclette blijft elke keer weer zwaar op mijn maag liggen.

Mijn fantasie slaat op hol. Overal zie ik droombestemmingen, mooiere huizen, grote zwembaden, idyllische landschappen, betere levens… kortom: la dolce far niente. Heerlijk toch?

Maar dan stap ik hier in Veurne mijn huis uit en iedereen kent me. Ik maak een praatje met de buren, de bakker noemt me bij naam en ik zwaai naar de slager. Oké, mijn voordeur klemt, ik moet dringend naar het containerpark, de ramen schreeuwen om verf en mijn stadstuintje is vooral groen door het weelderige onkruid.

Maar het is mijn thuis. En ’s avonds, wanneer ik onder een dekentje in de zetel kruip en mijn hond zijn kop op mijn schoot legt, voel ik het weer: alles klopt. Ik ben hier zo graag. Ik woon hier zo graag. Niet in een of ander droomhuis in Costa Rica, maar in het hart van mijn bruisende thuis.

Deel dit artikel gekopieerd

  • https://westkustmagazine.be/magazines/voorjaarseditie-2026/sprookje-van-1001-gedachten

Misschien vind je deze artikels ook interessant.