Teugels los, Rodenbach vast. We treffen Ian Van der Stricht (36) en Renzo Truwant (45) – de twee vers geslaagde garnaalvissers te paard – in een bomvolle Estaminet De Peerdevisscher in Oostduinkerke. Ian staat er als chef achter het fornuis, Renzo runt de eetboetiek Stoelezvous in Koksijde. Sinds hun examen begin juni is ook hun leven aan wal veranderd: camera’s, zwaaiende toeristen en geen rommelmarkt meer zonder herkenning. Tussen de bestellingen door poseren ze voor één keer zonder hun paarden Duke en Cliff, wél met hun iconische gele visserspak – ondanks tropische temperaturen – én een bordje garnalen dat Ian nog net van de middagshift redde.
Van zenuwen naar zwaaien
Een examen met heel Oostduinkerke als publiek? Zenuwen verzekerd. “Ik had megaveel stress. Niet voor het vissen, maar door al die camera’s en ogen op mij”, bekent Ian. Renzo vreesde vooral dat zijn jonge Cliff zou schrikken. “Mensen zien zo’n boerenpaard als een attractie, maar het blijft gevaarlijk.” Lokaal waren ze al bekend, maar sindsdien is hun anonimiteit helemaal gaan varen. “Tijdens de Garnaalstoet bleef ik maar terugzwaaien. Straks stijgt het nog naar ons hoofd”, lacht Ian. Ook Renzo wordt overspoeld met aandacht. “Ik kan geen rommelmarkt meer afschuimen zonder aangesproken te worden, maar het flatteert wel. We houden toch een bijzonder stukje erfgoed in ere.”
In galop naar Sint-André
Paardenvissers in de wieg waren ze niet. Ian kreeg de microbe te pakken via zijn schoonfamilie. “Vooral het hele gebeuren errond heeft mij gegrepen.” Renzo had al langer een zwak voor boerenpaarden. “Toen ik hier kwam wonen en begon te kruien, groeide de liefde voor de visserij.” Het vak leerden ze al doende, onder begeleiding van een ervaren rot. “In groep vissen we alleen tijdens demonstraties. Normaal gaat ieder een andere kant uit, met ook een eigen werkwijze.” Hun favoriete plek is Sint-André, met de vele zandbanken. “Je hoort er alleen de vogels, de kettingen en je paard. Een paar uur weg van alles”, zegt Ian. Renzo knikt: “Je focust alleen op jezelf en je paard. Aan iets anders denk je niet.”
Geen garnaalgarantie
Wie denkt dat een erkend paardenvisser met volle manden thuiskomt, moeten ze teleurstellen. “De laatste goeie vangst was op ons examen”, lacht Ian wat groen. “De hittegolven hielpen niet. Ook zijn de beste periodes van september tot november en van februari tot juni.” Naast een zeepaling en een rog ving hij ook al minder smakelijke zaken. “Eén keer viste ik bijna een hele zak PMD bijeen.” De netten verrassen, maar de zee evenzeer. “Ik ga twee uur voor laagwater het strand op en blijf nog een uur erna”, zegt Renzo. “Je zou ervan verschieten hoe snel het water terugkomt. En dan moet ook de uitrusting nog meewerken. Mijn buikriem zat eens niet strak genoeg en plots hing ik scheef met zadel en mand.”
Smeus als beloning
Vissen doen Ian en Renzo wanneer laagwater, werk én gezin het toelaten. “Het liefst ’s morgens vroeg, op onze vrije dag.” Al vormt dat gezin bij Renzo weinig bezwaar: zowel zijn zoon als dochter zijn garnaalvissers in opleiding. “Zij trekken zelfs in het donker de zee in en strijden om de beste vangst. Mij gaat het eerder om de belevenis.” Niet aan het koken of vissen? Dan staat Renzo traditiegetrouw op Festival Dranouter, terwijl Ian met de motor naar Frankrijk trekt voor fruits de mer. Al gaat niets boven een verse smeus. “Puree, een gepocheerd eitje, botersaus en natuurlijk: garnalen. Of eens met mijn vinger door de pot garnaalkrokettenvulling gaan”, watertandt Ian, die als chef om 15 uur nog geen hap gegeten heeft.